Zuid-Amerika is in de ban van Zika. Een mysterieus virus dat plotseling opdook en lijkt te zorgen voor afwijkingen bij pasgeboren baby’s. Zwangere vrouwen krijgen inmiddels het advies om niet naar landen met Zika te reizen, als dat niet strikt noodzakelijk is. Maar wat weten we eigenlijk van dit virus? En wat moet er gebeuren om de uitbraak onder controle te krijgen?
Het Zika-virus is niet nieuw. In 1947 ontdekten wetenschappers de ziekteverwekker tijdens een screening van rhesusaapjes in Uganda. Enkele jaren later vonden in dat land ook de eerste besmettingen bij mensen plaats.
Zikakoorts
Zika behoort – net als het denguevirus en het West-Nijlvirus – tot de Flavivirussen. Zulke virussen worden overgedragen door de beet van een besmette steekmug, zoals bijvoorbeeld de tijgermug.
In gebieden waar zulke muggen veel voorkomen, slaagt het virus erin om zich te verspreiden. Inmiddels zijn er uitbraken van Zika gemeld in Afrika, Azië, het Pacifisch gebied en recent dus ook in Zuid-Amerika.
Ongeveer een kwart van de mensen krijgt enkele dagen na de beet van een besmette mug de Zikakoorts. De belangrijkste symptomen van deze ziekte zijn lichte koorts, huiduitslag, spier- of gewrichtspijn en (soms) ontsteking van het slijmvlies in de ogen. In de meeste gevallen zijn de klachten niet ernstig en gaan vanzelf weer over. Waarom heerst er dan toch zoveel paniek rondom het Zika-virus?
Guillain-Barré syndroom
Tijdens een uitbraak van het virus in Frans-Polynesië werden op een populatie van 270.000 inwoners 73 gevallen van het Guillain-Barré syndroom (een aandoening waarbij het afweersysteem de eigen zenuwcellen aanvalt) geregistreerd. Dat is afwijkend, want Guillain-Barré syndroom is ontzettend zeldzaam. In de meeste landen komen er jaarlijks één tot twee patiënten per 100.000 inwoners bij. Het Braziliaanse ministerie voor volksgezondheid rapporteert nu ook een verhoogd aantal patiënten met Guillain-Barré syndroom.
Bij tweederde van de patiënten wordt dat syndroom vooraf gegaan door een infectie. Bekende boosdoeners zijn bijvoorbeeld buikgriepvirussen of veroorzakers van luchtweginfecties. In reactie op deze virussen maakt het afweersysteem beschermende antistoffen. Die antistoffen zwerven door het lichaam om de ziekteverwekkers op te ruimen, maar binden daarbij soms aan zenuwcellen die daardoor beschadigen.
De angst is nu dat ook het Zika-virus het Guillain-Barré syndroom kan uitlokken. Of er een relatie is en hoe die relatie dan in elkaar zit, is nog erg onduidelijk. Verschillende partijen – zoals het Amerikaanse CDC (Centers for Disease Control and Prevention) en de Franse farmaceut Sanofi Pasteur – doen op dit moment onderzoek naar de relatie tussen Zika en Guillain-Barré.
Voorzorg
In Brazilië speelt nog een tweede probleem. Sinds de komst van het Zika-virus worden er opvallend veel baby’s geboren met een relatief kleine schedel (microcefalie, zie kader hieronder). Na de beet van een besmette mug blijft het Zika-virus enige dagen in het bloed. Gedurende die periode zou het virus via de navelstreng terecht kunnen komen bij de ongeboren baby. Of deze manier van overdracht ook echt plaatsvindt en wat de gevolgen daarvan zijn, wordt nu onderzocht.
De Braziliaanse regering heeft een eerste analyse van dit probleem gemaakt en stelt daarin dat vooral vrouwen in het eerste trimester van de zwangerschap risico lopen op een kind met microcefalie. Uit voorzorg wordt zwangere vrouwen geadviseerd om niet te reizen naar gebieden met Zika, als dat niet strikt noodzakelijk is. Zwangere vrouwen die in een Zika-gebied wonen of verblijven, moeten zich extra beschermen.
Maatregelen
Tijgermuggen steken overdag, maar ook aan het eind van de middag en begin van de avond. Om de beet van een mug te voorkomen is het verstandig om bedekkende kleding te dragen (lange mouwen, lange broek, dichte schoenen). Onbedekte huid kun je insmeren met een muggenwerend middel met het bestanddeel DEET (bij zwangere vrouwen is wel het advies om concentraties boven de dertig procent te vermijden). Veilig slapen kan het beste onder een (geïmpregneerde) klamboe.
Naast deze maatregelen om mensen tegen de beet van een steekmug te beschermen, worden er ook maatregelen genomen om het aantal steekmuggen terug te dringen. Muggen planten zich voort in laagjes stilstaand water. Dus het advies is om rond het huis zo min mogelijk plekken te hebben waar stilstaand water achterblijft. Deze plekken kunnen een broedplaats worden voor muggen. Plantenpotten, containers en drinkbakken van huisdieren moeten steeds leeggehaald worden of zondanig afgedekt worden dat de muggen er niet in kunnen.
Zika-vaccin
De maatregelen hebben gedeeltelijk effect, het Zika-virus blijft om zich heen slaan. Dat heeft volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) twee redenen. Ten eerste is het virus nieuw in Zuid-Amerika en dat betekent dat vrijwel alle inwoners nog gevoelig zijn voor infectie. Ten tweede zijn steekmuggen wijdverspreid in de regio, omdat de temperatuur en luchtvochtigheid voor hen in deze tropische landen ideaal is.
In Europa zijn tot nu toe alleen maar mensen ziek geworden die naar besmette gebieden waren gereisd. Toch kunnen we niet uitsluiten dat het virus ook in Europa opduikt. De tijgermug bijvoorbeeld, zit al in Zuid-Europa. In Nederland is het nu nog net te koud voor de tropische muggen, maar als het hier iets warmer wordt, kunnen ook wij met Zika en andere tropische infectieziekten te maken krijgen.
Daarom roept de WHO Zika nu al uit tot wereldwijde noodsituatie. Vanuit de besmette gebieden klinkt de roep om een vaccin tegen het Zika-virus. Grote farmaceuten als Sanofi Pasteur, GlaxoSmithKline en Johnson & Johnson buigen zich inmiddels over het probleem. Sanofi Pasteur registreerde eind vorig jaar het eerste vaccin tegen dengue, een familielid van het Zika-virus. Aan dit dengue-vaccin werd twintig jaar gewerkt en de hoop is nu dat de kennis uit dit proces bij kan dragen aan een snellere ontwikkeling van een vaccin tegen Zika.
Maar hoe snel is sneller? Feit blijft dat over het Zika-virus en de mogelijke complicaties daarvan nog heel weinig bekend is. Bovendien lijken vooral zwangere vrouwen zwaar getroffen door Zika. En dat is nou net de groep waarvoor het erg moeilijk is om medicijnen te ontwikkelen. Zo’n vaccin moet namelijk niet alleen veilig zijn voor de moeder, maar ook voor het ongeboren kind. Voorlopig blijven beschermende maatregelen dan ook de enige optie om de verspreiding van Zika enigszins in te dammen.