Hij ging naar de échte veldbioloog. Een bioloog zoals je je een bioloog voorstelt. Roofvogelman Rob Bijlsma ontving gisteravond de Edgar Donckerprijs voor Natuurbehoud ter waarde van 150.000 euro. Met een verrekijker om zijn nek vertelde hij over zijn onderzoek.
In een bijna volle kerk in het centrum van Haarlem vertelde juryvoorzitter Dirk Sijmons (hoogleraar landschapsarchitectuur aan de TU Delft) de overwegingen om de prijs dit jaar aan roofvogelspecialist Bijlsma te geven. De andere genomineerden waren Herman Limpens – grondlegger van het vleermuisonderzoek met bat-detectors in Nederland, waarvoor hij meer dan duizend vrijwilligers mobiliseerde – en de stadsecologen Kees Moeliker en Jelle Reumer, hoofdconservator en directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam.
De idealist
Bijlsma ontving de prijs voor zijn ‘formidabele bijdrage aan de kennis en bescherming van roofvogels in ons land.’ Met heel weinig financiële middelen, geen opleiding – hij las van jongs af aan vele boeken en bracht zichzelf zo zijn kennis bij – en grotendeels op eigen kracht, publiceerde hij vele artikelen in wetenschappelijke tijdschriften en schreef hij boeken voor een breed publiek.
Zoals het boek ‘Mijn roofvogels’ dat vorig jaar uitkwam en nu al aan de achtste druk toe is. Volgens de jury voldeed Bijlsma optimaal aan alle criteria. “Bijlsma is een persoon die op eigen initiatief en voornamelijk op eigen kracht en kosten een prestatie heeft verricht die van originaliteit getuigt, van blijvende invloed is en een voorbeeldfunctie heeft voor anderen”, vertelde Sijmons. “Hij symboliseert als geen ander de idealist, die dwars tegen bestaande instituties in, voor ‘de goede zaak’ opkomt.
Hij appelleert enorm aan romantische gevoelens, die in onze moderne stedelijke samenleving toch ook aan natuurbescherming verbonden zijn. Hij is de vleesgeworden veldbioloog, de man van waarnemen, waarnemen en nog eens waarnemen.”
Bomenklimmer
Met halflang sluik grijs haar, een zwarte broek, zwarte trui en een verrekijker om de nek treedt daarna Bijlsma zelf naar voren. Ieder dag is hij buiten in het bos. Hij klimt in bomen, ringt jonge roofvogels, telt eieren en bestudeert de conditie van de vogeljongen. Hij telt, telt en telt. Verzamelt gegevens, leest stapels boeken, schrijft en publiceert. Hij heeft er in zijn leven al 60.000 uren ‘in het veld’ op zitten. Hij geeft aan het moeilijk te vinden al dit werk in 20 minuten te vangen. Ook is hij een beetje beduusd van de grootte van het bedrag.
Zelf leeft hij sober, in een idyllische woning met een rieten dak, op de Drentse hei. Ver van de bewoonde wereld. Zijn enige kostenpost is de aankoop van nieuwe boeken. Zijn woonkamer is gevuld met hoge stellingen vol boeken en ordners over vogels en onderzoek, laat hij op foto’s in zijn presentatie zien.
“Met alleen een rugzakje met een mes, verrekijker, meetlint, pincet, lampje, spiegeltje en een notitieboekje – ik ben vandaag aan nummer 271 begonnen – en een fiets kun je dit werk al doen, dat is het mooie eraan.” Schrijven is heel belangrijk, vindt Bijlsma. “Zolang je niets opschrijft, kun je niet publiceren en als je niet publiceert, deel je je kennis niet en heb je dus in feite niets gedaan.”
Pesticidegolf
Hij vertelt over de enorme vooruitgang in de hoeveelheid roofvogels die hij heeft meegemaakt. Als kind begon hij in de late jaren zestig al met vogeltellingen op de Veluwe, tijdens het dieptepunt voor roofvogels. “De pesticidegolf zorgde destijds voor veel vogelsterfte.” Langzaamaan ging het steeds beter, maar nu is er weer een achteruitgang in vogelstanden aan de gang.
“Dat komt onder andere vanwege de steeds groter wordende problemen in de Sahel en de Soedanzone, de overwintergebieden van veel vogels, daar gaan de acacia- en vloedbossen achteruit en komen er steeds meer akkers bij. De vogelpopulaties zullen daardoor alleen nog maar verder achteruitgaan. Nederlanders denken wel dat het goed gaat met de vogels, maar dat valt best wel tegen.”
Lege vlakte
Ondanks dat hij niet echt te spreken is over het natuurbehoud in Nederland ( “In de huidige natuurbescherming geven we de echte natuur geen kans. We leggen bomen om en creëren kale vlaktes, die zijn kennelijk mooi”) heeft hij al genoeg onderzoeksideeën om het geld voor te gebruiken. En met zo’n grote liefde voor het vak, komt iedere cent ongetwijfeld heel goed terecht.