Met vertaalapps ligt de wereld aan je voeten. Of het nu gaat om Japans, Spaans of Arabisch, alle techreuzen bieden live vertalingen aan, al dan niet met behulp van AI. Hoeven we nooit meer een taal te leren?
De parkeerwachter in de Marokkaanse stad Tetouan begrijpt me niet. Engels, Spaans of Frans spreekt hij niet, en mijn kennis van het Arabisch en Berber is nul. Op het bord staat een hele rits prijzen, maar ik heb geen idee waarvoor. De parkeerwachter haalt zijn jongere collega erbij. Ook hij spreekt geen taal die we allebei beheersen. De man haalt zijn smartphone tevoorschijn en typt iets in het Arabisch. Ik kan de Spaanse vertaling meelezen. Na een paar keer zijn smartphone heen en weer geven door het smalle raampje zijn we eruit: we kunnen het beste een ‘abono’, een abonnement voor twee dagen nemen. Lang leve Google Translate.
— Frieda Steurs, computationeel taalkundigeSpreek je de taal, dan kun je ook beter de cultuur en de geschiedenis van de sprekers begrijpen
Vertaaltechnologie gaat hard, weet ook computationeel taalkundige Frieda Steurs, die zich al decennia met dit onderwerp bezighoudt. “Ik weet nog precies waar ik was toen de Belgische radio me belde voor een interview”, vertelt de van oorsprong Vlaamse Steurs in het statige pand van het Instituut voor de Nederlandse Taal in Leiden, waar ze directeur is. “Ze wilden weten wat ik vond van de nieuwe vertaaloordopjes van Google. Daarmee zou je iemand die een andere taal sprak, live kunnen verstaan.”
Het was een doorbraak, beloofde Google in oktober 2017. De nieuwe vertaaltechnologie zou vertalers overbodig maken; iedereen met een smartphone was nu immers zijn eigen tolk. Handig voor op vakantie in Kroatië ook, om je verstaanbaar te kunnen maken bij het plaatselijke restaurant.
De Google Pixl Buds bleken uiteindelijk geen enorm succes, onder meer omdat de vertaling nog wel wat te wensen overliet. Maar toch: het vooruitzicht nooit meer Franse woordjes in je hoofd te hoeven stampen, nooit meer te hoeven worstelen met de naamvallen in het Duits lijkt alleen maar realistischer geworden met de komst van generatieve AI zoals ChatGPT. Maken zulke vertaalapps het overbodig om nog andere talen te leren?
Vertaalmachines
Machinevertaling riep niet altijd enthousiasme op, zegt Steurs. In de jaren tachtig vreesden tolken en vertalers al voor hun baan. “Ik hield toen een lezing over machinevertaling—dat was vloeken in de kerk! Machines mochten het vertaalwerk niet overnemen.”
En dat terwijl die vroege vertaalmachines nog niet eens heel veel konden. “Elke taal en taalcombinatie moest apart worden ingevoerd: woorden, grammatica, zinsbouw. Dat was zoveel werk dat bijvoorbeeld Nederlands-Italiaans er nooit kwam”, zegt Steurs.
Eind jaren negentig kreeg machinevertaling een impuls door internet: ineens waren er gigantische hoeveelheden taaldata. Bedrijven als Google schraapten het web leeg, auteursrechten negerend. Vertaalmachines gingen woorden voorspellen in plaats van grammaticale regels volgen. “In het begin maakten ze grove fouten”, zegt Steurs. “Maar dankzij neurale netwerken verwerken ze nu razendsnel data en worden ze steeds beter. Dat zien we ook bij ChatGPT.”
Breinfit
Dat klinkt als een argument om inderdaad geen vreemde taal meer te hoeven leren. Maar zeg dat vooral niet tegen een psycholinguïst, iemand die zich bezighoudt met wat taal in je hersenen doet. Want meerdere talen kunnen spreken doet gunstige dingen met je brein, vertelt Merel Keijzer, hoogleraar Engelse taalkunde en Engels als tweede taal (Rijksuniversiteit Groningen).
— Merel Keijzer, hoogleraar Engelse taalkunde
Zo presteren mensen die verschillende talen gebruiken in verschillende situaties, bijvoorbeeld thuis en op school of werk, beter op dingen als geheugen, concentratie en andere denkvaardigheden dan mensen die in het dagelijks leven maar één taal gebruiken. Ook melden meertalige mensen zich gemiddeld vier tot vijf jaar later op de geheugenpoli met dementieklachten. “Dat betekent niet dat ze later dement worden”, licht Keijzer toe. “Ze hebben vooral meer breinreserve opgebouwd. En misschien hebben ze wel efficiëntere verbindingen in de hersenen aangelegd. Ze lijken in ieder geval minder klachten te hebben.”
Nu zijn er natuurlijk meerdere manieren om je brein te trainen en actief te houden. Taal is daar één van. Keijzer onderzocht of de hersenen van oudere mensen er baat bij hadden om een nieuwe taal te leren. Ze vergeleek deze groep mensen met een groep die gitaar leerde spelen en met een groep die alleen maar iedere twee weken samenkwam als sociale activiteit. Wat bleek: zowel de muziekgroep als de taalgroep verbeterde in vergelijking met de groep die alleen maar samen kwam. “We hadden eigenlijk verwacht dat de taalgroep meer voordeel zou hebben, omdat je, als je een taal leert, ook leert je eigen taal te onderdrukken, waardoor je brein op andere vlakken beter presteert.”
Cultuurverschillen
Maar taal is meer dan een mentale training. Het bepaalt ook hoe we communiceren en hoe we de wereld begrijpen. “Vertalingen zijn vaak niet letterlijk. Wat je zegt en hoe je iets zegt, hangt af van de situatie”, zegt Keijzer. “Taal is ook wie je bent, hoe je je uitdrukt. Vertaalapps kunnen het gevoel dat daarbij hoort nooit helemaal goed nabootsen.” Steurs is het daarmee eens. “Je leert omgaan met de gevoeligheden van een taal. En spreek je de taal, dan kun je ook beter de cultuur en de geschiedenis van de sprekers begrijpen. Als we de kracht van onze talen verliezen, begrijpen we de wereld minder goed.”
Boeken, kranten en ook sociale-mediaberichten lees je dan ook het best in de doeltaal, vinden beide taalkundigen. Bovendien blijken vertaalmachines nog weinig te bakken van literaire vertalingen, weet Steurs. “Taal geeft ook toegang tot een cultuur. En als je in een ander land bent, getuigt het van respect als je probeert de taal te spreken. Het geeft mij zelf een gevoel van euforie als dat dan lukt”, voegt Keijzer daaraan toe.
Maar in Europa gebruiken we toch ook veel Engels? Waarom zou je dan nog meer andere talen leren? Steurs heeft geen hoge pet op van het Engelse taalniveau van de meeste Europeanen - ook niet van dat van Nederlanders. Steurs ziet nieuwe woorden het Engels insluipen die eigenlijk helemaal niet bestaan. Dat komt doordat niet-moedertaalsprekers het Engels niet goed genoeg beheersen. “Zelfs beleidsmedewerkers in Brussel niet”, zegt Steurs.
Taalniveau is cruciaal. Zo moeten handleidingen in alle EU-talen precies kloppen. “Voor de Britse markt moeten bijvoorbeeld de aansluitinstructies correct zijn—ze hebben daar andere stekkers. Een vertaalmachine weet dat niet”, zegt Steurs.

Vertaalmachines zijn nog niet goed in literaire vertalingen.
FreepikTalenkennis is ook economisch cruciaal, waarschuwt Steurs. Brits onderzoek toont aan dat Britse bedrijven die alleen Engels gebruiken zich niet bewust zijn van culturele miscommunicatie. Deuren naar nieuwe kansen blijven zo gesloten. Dat kost de economie tot 3,5 procent van het bruto nationaal product.
Domme machines
Zeker, vertaalapps zijn nuttig, vindt Steurs. Want lang niet overal in de wereld kun je terecht met een van de talen die je zelf spreekt. Dat merkte ze toen ze voor haar werk in Brazilië was. Geheel tegen haar verwachting in sprak niemand ook maar een woord Engels, afgezien van een paar collega’s aan de universiteit. Ze gebruikte een vertaalapp op haar smartphone om zich verstaanbaar te maken.
Ook Keijzer is positief over vertaalapps, al denkt ze dat we ons er nog wel toe moeten leren verhouden in het onderwijs. “AI en vertaalapps zijn niet meer weg te denken uit onze maatschappij. We moeten scholieren en studenten wel leren daar kritisch mee om te gaan. Ben je het eens met de vertaling die een app geeft? Waarom wel of waarom niet? Daarvoor is het wel nuttig iets van die taal te weten”, vindt Keijzer.
Vertaalapps blijven uiteindelijk domme machines. Voor en huis-, tuin- en keukengebruik en vakanties zijn ze uitstekend geschikt, zoals voor Marokkaanse parkeertarieven. Maar taal is zoveel meer. Steurs: “Het is wat ons mens maakt.”