Kan je een bedreigde taal zowel onderzoeken als proberen te ondersteunen? Of ben je dan geen ‘objectieve onderzoeker’ meer? En is dat überhaupt belangrijk?
Als de eerste warme lenteregen valt, komen ze met duizenden tegelijk tevoorschijn uit hun geheime schuilplaatsen in de vochtige grond. De vuursalamanders zijn op weg naar hun geboortepoel. Maar voordat ze daar aankomen, moeten ze eerst een drukke weg oversteken. In het boek ‘Braiding Sweetgrass’ beschrijft ecoloog Robin Wall Kimmerer hoe ze samen met haar dochters langs de kant van de drukke weg staat om deze jonge salamanders te helpen oversteken. Zo wil ze voorkomen dat ze tijdens de twee minuten durende oversteek worden geplet als overrijpe bananen.

Red je vuursalamanders door ze te helpen met oversteken of door onderzoek naar ze te doen?
FreepikOp één van die avonden tijdens het salamanderseizoen komt ze een groep biologen tegen die onderzoek doet naar de hoeveelheid salamanders die aangereden wordt op diezelfde weg. Het dilemma: aan de ene kant wil ze zoveel mogelijk salamanders redden door ze te helpen, maar aan de andere kant beïnvloedt ze daarmee het onderzoek.
In dit geval kan je natuurlijk een keuze maken tussen de korte en lange termijn. Misschien dat de uitkomsten van zo’n onderzoek er juist wel voor zorgen dat de salamanders in de toekomst beter beschermd worden. Dan red je door niet in te grijpen misschien wel meer salamanders dan door ze wel te helpen oversteken. Dat is een lastige positie als je zowel wetenschapper als natuurliefhebber bent.
Het verdwijnen van biodiversiteit heeft veel overeenkomsten met het verdwijnen van talen, en vaak zien we hierin vergelijkbare patronen. Als taalwetenschapper doe ik onderzoek naar het Gronings: een dialect van de Nedersaksische taal. En zoals de meeste biologen ook natuurliefhebber zijn, zo ben ik als taalkundige liefhebber van taal.
Talige diversiteit
Dat zorgt soms voor vergelijkbare dilemma’s. Want aan de ene kant is het taalkundig gezien erg interessant om een taal te bestuderen die snel verandert en langzaam verdwijnt. Zulk onderzoek kan ons veel leren over de factoren die bijdragen aan het verdwijnen of juist het blijven bestaan van talen. Maar aan de andere kant wil ik helemaal niet dat het Gronings verdwijnt! Ik vind het zelf natuurlijk een mooie taal, maar vooral voor de sprekers is het een groot gemis.

Kun je als onderzoeker zowel taal onderzoeken als ondersteunen?
FreepikZelf denk ik dat je als onderzoeker best een beetje van beiden kan doen: zowel onderzoeken als ondersteunen. Zo hebben mijn collega’s en ik in maart een gratis online cursus Gronings gelanceerd, waarmee we vooral jonge mensen enthousiast proberen te maken voor het spreken van Gronings.
Tegelijk onderzoek ik wat voor mensen zich inschrijven voor zo’n cursus en wat hun beweegt om het Gronings te leren. Op die manier komen onderzoek en ondersteuning toch een beetje samen. Daarnaast vind ik dat onderzoekers zich in het algemeen best in mogen zetten voor de praktische kant van hun vakgebied: ik zou het niet ethisch vinden om alleen maar wat gegevens voor mijn eigen onderzoek te komen halen bij de sprekers van het Gronings en daar niks tegenover te zetten.

Opnames voor de online cursus MOI: Welkom in Grunnen, waarmee je door een romantische komedie te kijken kennis kan maken met het Gronings.
Fieke Gosselaar CTGC.nlMinder objectief?
Misschien vind je dat ditmij als onderzoeker minder objectief maakt. Misschien is dat ook wel zo. Maar ergens vind ik dat dit niet erg is: de meeste onderzoekers hebben wel ‘iets’ persoonlijks met hun vakgebied, al is het maar de interesse. En ik denk zelf dat het misschien wel gevaarlijker is om te dénken dat je helemaal objectief en afstandelijk onderzoek doet, dan om toe te geven dat je nooit volledig objectief kán zijn en daar dan rekening mee te houden.
Wat vinden jullie? Vul de poll in!